---
Het gesprek met de heer Bruinier werd door UFO onderzoekers Veenstra en Van Kampen op 9 april 1972 op band opgenomen: 'Op zaterdagmorgen 25 maart jongstleden werd ik omstreeks half vier wakker (ik slaap in de voorkamer op de begane grond). Ik hoorde namelijk een sterk zoemend geluid. Eerst dacht ik, dat mijn hifi-stereo-installatie nog aanstond. Maar in dat geval had ik het eerder moeten opmerken! De installatie stond evenwel uitgeschakeld en het was mij volkomen onbekend, waar het gezoem dan wel vandaan moest komen, laat staan dat ik wist door wie of wat het werd veroorzaakt. Ik wist ook niet wat het was! Ik keek de kamer nog eens rond, maar kon niets vreemds ontdekken. Plotseling merkte ik op, dat er door de Luxaflex, die was neergelaten, een fel licht zichtbaar werd, dat van buiten kwam. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik liep naar het raam om te zien wat het was. Ik keek in de richting van de straat en zag een fel verblindend, wit licht, alsof iemand voor de woning Bengaals vuur had aangestoken. Ik zag ook een soort van "mist" in de omgeving van het vuur. Die "mist" stond als een soort schutting in de lengterichting van het trottoir en was naar schatting vier meter lang en twee meter hoog. Daarachter stond mijn auto (een VW 1300) geparkeerd. Ik wist niet wat één en ander te betekenen had, maar mijn eerste indruk was, dat mijn auto in brand stond. Ik schoot een paar slippers aan, greep mijn autosleutels, deed mijn jasje aan en rende de voordeur uit.Ik sprong in mijn auto, waarbij ik opmerkte, dat mijn auto kletsnat was, terwijl de andere auto's uit de buurt overdekt waren met een laagje ijs als gevolg van de nachtvorst. Er was dus een warmtebron in de omgeving. Het licht? Of die mist? Ik realiseerde mij dit overigens achteraf!
Toen ik in mijn auto zat en de motor had gestart, kwam de mist als het ware op mij toe en "kroop" om de auto heen - tegelijk voelde ik de auto veren, alsof er iemand achterop sprong.In de spiegel zag ik het vuur- of lichtverschijnsel voor de achterruit dansen en ik dacht dat mijn motor in brand stond. "Ik moet rijden," dacht ik, "dan doven de vlammen misschien wel." Aan het einde van de straat draaide ik linksaf en reed ik via een droge greppel tussen twee bomen door een bospad op. Aan het eind hiervan ging de weg over in asfalt. Ik trachtte de aandacht te trekken van andere inwoners, mijn claxon weigerde echter! Ik werd als het ware gedwongen door te rijden en kwam niemand tegen. Ik weet ook niet of iemand mij heeft gezien, maar ik veronderstelde, dat als ik zou stoppen ik misschien zou worden vermoord. Mijn geheugen speelde mij een beetje parten. Toen ik een tijdje had gereden, kwam ik bij een weg waarover een ketting was gespannen. Vier a vijf meter voor de auto spande de ketting zich plotseling door een onbekende oorzaak en brak toen ergens, waar weet ik niet meer, door. Tien meter verder verdween het verschijnsel achter mijn auto en ik stopte. Ik realiseerde mij toen, dat ik een minuut of zeven had rondgereden door het donker en dat ik mij op de Leusderhei bevond, op een plaats waar normaal geen publiek komt. Het bleek, dat ik mij op een militair schietterrein bevond.Nadat ik mij het klamme zweet van het voorhoofd had geveegd en ik uit het portierraampje naar buiten keek, zag ik een menselijke gestalte langs mij heen rennen, die schuin achter mij vandaan was gekomen. Hij ging naar een zeker punt schuin voor mij en verdween daar plotseling. Ik had de lichten van de auto aan. Ik stapte uit en zag nu duidelijk voor mij een reusachtig object, waar omheen een groenachtig fluorescerend lichtschijnsel was. Links zag ik een bomenrij, waarboven een helder licht kwam aanzweven, dat zich naar het object bewoog. Was dat het licht, dat mij vanaf mijn woning had "begeleid"???! Ik wist het niet. Vol verbazing keek ik naar dit tafereel en ik merkte op, dat ik mij op vijftien meter van het object bevond. Gezien vanuit mijn richting was het lensvormig, voorzien van een soort ramen of vensters, waarachter een groen licht scheen. Het was een diffuus schijnsel, als van een TL-blacklight-lamp, maar dan groen van kleur. Het object zelf had een metaalachtige glans, maar ik kon geen lasnaden, raamsponningen en dergelijke herkennen.
Het ding leek wel uit een stuk te bestaan. Boven het object schenen drie diffuus groene lichtstralen recht omhoog. Het heldere lichtverschijnsel passeerde inmiddels de bomenrij en zweefde als het ware bestuurd naar het object toe. Ik merkte nu in het object, achter een van de vensters, een menselijke gestalte op, die naar het verschijnsel keek. Het licht klom tegen de achterkant van het ding op en toen het er midden bovenop was, doofde het uit tot een diffuus groene lichtstraal. Precies als de eerder genoemde drie lichtbundels. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik besloot eens dichterbij te gaan kijken. Ik dacht dat het iets van de luchtmacht of het leger was!
Het object was naar schatting dertig tot veertig meter lang en een viertal meter hoog. Het leek als een hovercraft boven de grond te zweven. Toen ik dichterbij kwam, zag ik achter een van de vensters een menselijke gedaante, die mij aankeek en met zijn hand een gebaar maakte, dat ik moest blijven staan. Nee, ik moest zelfs terug. Ik stond toen op drie tot vier meter van het object en kon erin kijken. Met de linkerhand scheen de gestalte, die ik goed kon waarnemen en kan beschrijven, te tellen: ... drie..., vier... Op dat moment wipte het ding van de grond en steeg enkele meters omhoog. Vervolgens bewoog het zacht schommelend noordwaarts en bij een kleine bomenrij aangekomen, accelereerde het plotseling en werd het als het ware met een ruk weggeslingerd en verdween het - in het midden blauwwit gloeiend noordwaarts. Het trok bij een heuvelrug aan het eind van het terrein op en verdween snel stijgend boven een klein gebouw, dat ik flauw verlicht kon zien. Toen het ding opeens snelheid begon te vermeerderen, hoorde ik het geluid. dat deed denken aan een van het dak glijdende dakpan... zzwwwwoeoeffff... Tijdens het wegvliegen merkte ik twee uitlaatstrepen op met daartussen een lichtgroene verkleuring.
Het wezen dat ik zag, leek mij ongeveer één meter zestig groot en het was gekleed in een overall van een typische kleur: dof metaalachtig. Zoiets als papierfolie. De kleding was naadloos en sloot strak om de pols. Om het middel zag ik een riem of een band, waaruit aan de rechterzijde een buis omhoog liep naar een soort hoog opstaande kraag of col. Het hoofd van het wezen was ovaal, wat langgerekt en smal met grote, amandelvormige ogen die dwars door mij heen keken. Het wezen leek te lachen, want het krulde de bovenlip wat op. Achter hem zag ik een in vakken verdeeld paneel, waarop allerlei kleuren zichtbaar waren. Het vertoonde voortdurend kleurveranderingen. Het wezen draaide het hoofd om, om ernaar te kijken. Blijkbaar was alles in orde voor de start. Het scheen mij toe, dat er meer wezens in het toestel zaten, die van elkaar door een doorzichtige wand gescheiden waren.
Toen het object verdwenen was, kreeg ik het plots koud, hoewel ik eerder van kou niets gemerkt had. Zwijgend stapte ik in de auto die nog steeds met de koplampen aan stond en op dezelfde plaats geparkeerd stond. Toen reed ik naar huis, waar mijn vrouw, die ongerust was geworden, al op mij stond te wachten. "Ik heb zo'n rare droom gehad." zei ik en vertelde haar toen mijn belevenissen.'
--- (Bron: UFO's boven de Lage Landen)
Op 25 maart 1972 zou er een groot ruimtetoestel neergekomen zijn op de Leusderhei bij Soesterberg. Onderzoekers togen naar de landingsplaats en interviewden de enige ooggetuige van deze unieke gebeurtenis. Deze werd door het Ufo-verschijnsel 's nachts gedwongen om naar de hei te rijden en zag voor zich, hoe een stalen ketting plotseling als bij toverslag brak. Een paar jaar later gaf de heer Bruinier de reden van zijn UFO-melding door aan een journalist Pieter-Paul Koster (Avenue), dieufoloog Hans van Kampen verrast opbelde en vertelde, dat hij te horen had gekregen, dat men het Nederlandse UFO-onderzoek op de proef had willen stellen en dat men naar aanleiding van een science-fiction-serie op de Duitse televisie op een idee was gekomen. Men was verrast geweest door de grondigheid, waarmee het onderzoek werd aangepakt en had ons niet willen 'teleurstellen' door een verklaring te geven. Hij wilde er verder niets meer over horen - het was een wat opgeklopte grap geworden, die hij liefst snel wilde vergeten.
Dit lijkt een plausibele verklaring te zijn, zij het dat ik recent een mailtje van de kleindochter van Dhr. Bruinier ontving, die stellig beweert dat haar opa daadwerkelijk deze UFO-encounter heeft beleefd;
Hoi, Dat wat je geschreven hebt over meneer Bruinier in 1972, dat is mijn opa. Hij heeft er altijd in geloofd over wat hij gezegd heeft. Hij heeft nooit bekend dat hij die ufologen voor de gek wou houden, dus ik snap niet waarom je dat erbij zet. Groetjes,Angelique Bruinier
Bij de familie is het kennelijk niet bekend, dat Dhr. Bruinier dit voorval verzonnen zou hebben, terwijl het wel bekend was bij een journalist van de Avenue. Zou vader/opa Bruinier altijd over deze case gelogen hebben tegen zijn familie (zelfs na hij ten minste een journalist had verteld dat hij dit gedaan was om ufologen te testen), of is er misschien meer aan de hand, en heeft Dhr. Bruinier daadwerkelijk bovenstaande verhaal meegemaakt? Waar kwam dan dat verhaal van die journalist vandaan? Hopelijk kan iemand uitsluitsel geven over deze case.
mailcorrespondentie TT met Angelique Bruinier
Lees ook!!!:
(12/07/06)
Dodelijke UFO-interceptie boven Militaire Vliegbasis Soesterberg
- over UFO-interceptie en UFO-activiteit boven Vliegbasis Soesterberg nabij de Leusderhei ook in jaren '70!!!