
Opzet
Psychologen van het Goldsmiths College, deel van de University of London, begonnen in 2003 een uitgebreid onderzoek naar het abduction 'fenomeen'. Volgens Professor Chris French, hoofd van de Anomalistic Psychology Research Unit (APRU) aan Goldsmiths’ psychologie afdeling: "Abductees melden een groot scala aan ervaringen; het onderzoekproject is erop gericht, om niet alleen de psychologische aspecten van de abduction ervaring te testen, maar om ook meer uit te vinden over de andere soorten ervaringen, die abductees melden, en houdt enkele testen met betrekking tot paranormale bekwaamheden."
Het onderzoek wordt gesteund door andere UFO-onderzoekers. Nick Pope, hoofd van het UFO-project van de Britse overheid in de vroege jaren negentig, geeft zijn mening: "Of je nu denkt of het fenomeen psychologisch of parapsychologisch is, zou je deze studie moeten verwelkomen. Wat ook de ware aard van het fenomeen is, we zullen er meer over te weten komen."
Judith Jaafar, voorzitter van de British UFO Research Association (BUFORA) merkt op: "Ik ben verheugd dat een academische instantie in Engeland stappen onderneemt om vat te krijgen over de bron van dit meeslepende fenomeen. Het zal misschien meer vragen dan antwoorden oproepen, maar dat is altijd de weg vooruit geweest bij ware, objectieve, wetenschappelijke inspanningen."
Malcolm Robinson, oprichter van Strange Phenomena Investigations (SPI): “Chris French en zijn team zouden geprezen moeten worden, om deze studie op zich te nemen, die iets meer licht zal laten schijnen op dit moderne mysterie. SPI kijkt vol verwachting uit naar de resultaten van dit project."
Het 10 maanden durende project, dat in oktober 2003 begon [en waarvan in 2005 de resultaten van werden gepubliceerd], wordt gesteund door de Bial Foundation of Portugal, die een schenking van $36.000 heeft gedaan. Het projectteam omvat Chris French, Rachel Fox, Krissy Wilson en Julia Santomauro (APRU leden) en Dr. Michael Thalbourne (parapsycholoog, APRU, University of Adelaide), met James Basil en Mark Gibbons (Foundation for the Research of Extraordinary Trauma & Support for Abductees) die als consultants zullen optreden.
Interview
April 2004 had Nick Pope een interview met Professor Chris French over de genoemde wetenschappelijke studie van het alien abduction fenomeen. Deze studie wordt uitgevoerd door psychologen van het Goldsmiths College aan de Universiteit van Londen. Er is veel geschreven over het alien abduction fenomeen, maar er is relatief weinig wetenschappelijk onderzoek naar het onderwerp verricht. Er is wat werk ondernomen in de VS, maar er is tot nu toe weinig onderzoek in het Verenigd Koninkrijk verricht. Dit alles zal dit jaar gaan veranderen, aangezien een project om het fenomeen te onderzoeken onderweg is. Psychologen van het Goldsmiths College aan de Universiteit van Londen zullen dit controversiele gebied gaan onderzoeken. De studie zal ondernomen worden door Professor Chris French, hoofd van de Anomalistic Psychology Research Unit aan Goldsmiths' psychologie afdeling.
NP = Nick Pope | CF = Chris French
NP: Hoe raakte u voor het eerst geïnteresseerd in het alien abduction fenomeen?
CF: Mijn hoofdgebied qua psychologisch onderzoek is geworden wat bekend staat als 'anomalistische psychologie'. Dit is het gebied in de psychologie, dat probeert het varia van bizarre ervaringen te onderzoeken, die vele mensen door de geschiedenis heen in alle bekende culturen hebben gerapporteerd, maar die - tot recentelijk - weinig aandacht van de academische psychologie hebben gekregen. De Anomalistic Psychology Research Unit (http://www.gold.ac.uk/apru) werd opgericht om zich op onderzoek te richten op juist dat gebied. Ik heb altijd interesse gehad in paranormale en gerelateerde fenomenen, en las vroeger boeken over UFO's e.d. vanaf jonge leeftijd. Hoewel ik eerst een overtuigd believer was van het paranormale, is het geen geheim dat ik veel skeptischer ben geworden over de jaren. Inderdaad, ik schrijf momenteel voor The Skeptic, de langst lopende skeptische publicatie in het VK. Tegen de tijd dat het abduction fenomeen echt de kop op begon the steken in de jaren '80 was ik niet langer overtuigd, dat UFO's iets te doen hadden met buitenaardse intelligentie - maar was ik nog steeds gefascineerd door het fenomeen met zijn vele facetten, dat duidelijk om een verklaring vraagt.
NP: Wat is uw huidige opinie over abductions?
CF: Hoewel ik een 'skepticus' ben, ben ik ruimdenkend genoeg om toe te geven dat ik misschien fout zit. Dus het is mogelijk dat enkele, misschien zelfs alle, van deze ervaringen daadwerkelijk contact met een bepaald soort van buitenaardse of transdimensionale intelligentie reflecteren. Het probleem is dat geen enkel bewijs dat naar vore is gebracht ter ondersteuning van de ET hypothese doorslaggevend is - er zijn vele alternatieve verklaringen. Dit wil uiteraard niet zeggen dat deze alternatieve verklaringen de juiste zijn, maar het maakt het legitiem om te vragen of we misschien enig inzicht in het fenomeen kunnen vergaren door naar andere soorten verklaringen te zoeken.
Ik ben een psycholoog en het is normaal voor mij om in termen van mogelijke psychologische verklaringen te denken. Laat ik er echter zeer duidelijk over zijn, dat ik zeker niet de visies van niet-geïnformeerde 'skeptici' deel, die het hele fenomeen van de hand doen door te veronderstellen dat iedereen die zulke ervaringen meldt of wel 'dom, gek, of een leugenaar is'. Het bewijs tot heden weerlegt duidelijk zulke platvoerse benadering als een algemene verklaring. Wat er ook plaats vindt in deze cases, het is veel meer interessant vanuit een psychologisch perspectief dan deze afwijzende benadering doet veronderstellen.
NP: Wat deed u besluiten deze studie te ondernemen?
CF: Essentieel omdat er zoveel onbeantwoorde vragen zijn. Ik denk niet dat ofwel 'believers' in de ET hypothese of 'skeptici' eerlijk kunnen beweren dat zij definitief hun zaak hebben kunnen bewijzen. Er zijn vele interessante psychologische factoren, die mensen hebben besproken als mogelijk relevant zijnde om het fenomeen te kunnen verklaren, maar er zijn relatief weinig pogingen ondernomen om relevante empirische gegevens te verzamelen. We zijn van zins om te helpen met die situatie te rectificeren.
NP: Kunt u een overzicht van de studie geven?
CF: Er zijn in wezen drie hoofdaspecten van de studie. Ten eerste richten we ons erop om diverse vragenlijsten etc. te gebruiken, die gegevens zullen opleveren aangaande diverse psychologische factoren, die naar vore zijn gebracht als zijnde relevant. In elke case zullen we gegevens verzamelen van zowel monsters van abductees als controle samples, die overeenkomen op factoren zoals geslacht en leeftijd. Dit onderdeel van de studie zal trachten om eerdere studies op te volgen, die nogal tegenstrijdige bevindingen hebben opgeleverd.
Het tweede en derde aspect van de studie zijn compleet nieuw en volgen op de bevindingen van een recente Australische studie. Het werd gerapporteerd dat abductees een veel hoger niveau van ervaringen van een wijd bereik aan paranormale fenomenen melden dan de algemene bevolking. Dus het tweede doel van ons project zal zijn om enkele algemene testen voor paranormale begaafdheid te gebruiken. Als we feitelijk in staat zullen zijn om hogere niveaus van paranormale begaafdheid bij abductees aan te tonen dan bij de overeenkomstige controle participanten, zou dit een grote uitdaging zijn voor elke soort verklaring in termen van conventionele psychologische benaderingen! Maar zelfs als we geen bewijs voor paranormale begaafdheid vinden bij de testen die we gebruiken, accepteren we dat dit wellicht een slechte testkeuze van onze kant weergeeft.
Het derde doel is een gedetailleerd interview met onze participanten aangaande hun abduction ervaringen zelf samen met alle andere paranormale ervaringen, die ze misschien gehad hebben. Dit alleen zal ons veel nuttige informatie op leveren, maar zal ons ook kennis verschaffen over hoe we ander testen op paranoramale begaafdheid kunnen maken in opvolgende studies. Ik wil het benadrukken dat we deze studie vooral als verkennend zien en we niet verwachten dat we een definitieve verklaring kunnen geven op basis van de gegevens die we zullen verzamelen. We zijn van plan om deze fase van onderzoek te vervolgen met verder onderzoeken in de toekomst.
NP: Wat is jullie tijdbestek? Wanneer starten jullie, wanneer eindigen jullie, en wanneer worden jullie resultaten gepubliceerd?
CF: We zijn al reeds begonnen met het opzetten van het project. Sinds oktober 2003 heeft Rachel Fox me geassisteerd met het voorbereiden van materialen, het opzetten van apparatuur, het bekendmaken van het project, en het werven van participanten. In januari 2004 is Julia Santomauro begonnen met het verzamelen van gegevens. We zullen hopelijk binnen enkele maanden genoeg gegevens hebben die ons in staat stellen om onze analyses uit te voeren en om eind juli enkele initiele conclusies te trekken. We hopen dan onze bevindingen op relevante conferenties te presenteren en de resultaten voor publicatie te versturen.
NP: Hebben jullie UFO onderzoekers geraadpleegd tijdens het opstellen van jullie plannen voor deze studie?
CP: Dat hebben we inderdaad gedaan. We zijn vele mensen erg dankbaar voor hun steun en input voor dit project, met name James Basil, Nick Pope, Judith Jaafar, and Malcolm Robinson. Het is onnodig om te zeggen dat deze mensen misschien niet mijn visie delen over de meest waarschijnlijke verklaring voor dit fenomeen, maar wat ik denk dat we allemaal delen is een oprecht verlangen om een beter begrip te krijgen van wat er echt plaats vindt. NP: Enkele abductees zullen begrijpelijk huiverig zijn om deel te nemen, vooral gezien uw reputatie als skepticus. Wat zou u tegen deze mensen willen zeggen?
CF: Ik begrijp het volkomen waarom sommige abductees zich misschien zo voelen. Het zou geen zinnen dat ik voor zou doen dat ik geen skepticus ben aangaande de ET hypothese, aangezien mijn opvattingen over het onderwerp vrij algemeen bekend zijn. Dit gezegd hebbende, ben ik altijd bereid om toe te geven dat ik misschien fout zat. Ik heb weloverwogen stappen ondernomen om de mogelijkheid te verhinderen dat mijn eigen visies de uitkomsten van deze studie op een manier zullen beinvloeden. Bijvoorbeeld, ik werk samen met mensen die niet mijn opvattingen delen - waaronder enkele experiencers, wier input in het project van onschatbare waarde is geweest. Dr. Michael Thalbourne, een vooraanstaande parapsycholoog aan de universiteit van Adelaide is er ook bij betrokken. Als de resultaten van onze studie bijvoorbeeld laten zien dat abductees paranormale bekwaamheden hebben, dan is dat wat we zullen rapporteren.
Resultaten
Recent systematisch wetenschappelijk onderzoek heeft eerdere anekdotische observaties bekrachtigd, dat zij die vermeend contact met buitenaardse wezens melden (de 'experiencers' of 'abductees') een veel hogere frequentie paranormale ervaringen hebben dan zij die níet beweren contact te hebben.
De resultaten van een uitgebreid Brits wetenschappelijk onderzoek onder leiding van Prof. Christopher French werden 4 juni 2005 op de Anomalous Experience Conferentie in Liverpool gepresenteerd. Het project richtte zich vooral op kwantitatieve en kwalitatieve gegevens met betrekking tot veronderstelde psychologische verschillen tussen experiencers en non-experiencers. De gevolgen van deze verrassende resultaten werden tijdens de conferentie besproken.

In 2004 werden de resultaten van een andere studie van alien abductions gepubliceerd. In het blad Psychological Science meldde een team van de Harvard-universiteit onder leiding van Richard McNally dat de psychofysische reacties bij alien abductees opmerkelijk hoog zijn. Ze maken duidelijk een traumatische ervaring mee.*
Het lijkt erop dat abductees steeds meer wetenschappelijke erkenning krijgen, een erkenning waaraan de in 2004 overleden Harvard-professor en alien abduction onderzoeker John Mack veel heeft bijgedragen.
----------
*
Harvard studie: Psychofysische reactie bij alien abductees opmerkelijk hoog
Gaan herinneringen aan zeer traumatische ervaringen, zoals alien abductions gepaard met psychofysische reacties, die aantonend zijn voor hevige emoties? De resultaten van een studie die door een team van de Harvard universiteit o.l.v. Richard McNally hier naar werd uitgevoerd, worden in de juli 2004 editie van Psychological Science gepubliceerd, (het blad van de American Psychological Society), en tonen aan dat alien abductees wel degelijk een traumatische ervaring meemaken...
Abstract
Om de kwestie te onderzoeken werd naast de hartslag, de geleiding van de huid, transpiratie, spanning van de gezichtspieren en de electromyografische activiteit van de linker-frontaalkwab van alien abductees gemeten. Opnames van de participanten werden gemaakt middels script-gedreven beeldspraak van hun gemelde alien encounters en andere stresserende positieve en neutrale ervaringen die ze melden. Er werd ook de psychofysische reactie van een groep controle participanten gemeten, terwijl ze de scripts van de abductees hoorden. Er werd voorspeld dat als herinneringen aan alien abductions zeer stresserend zijn, de psychofysische reactiviteit ten opzichte van de abduction en stresserende scripts groter zou zijn dan de reactiviteit ten opzichte van de positieve en neutrale scripts, en dit effect zou zich meer uitspreken bij abductees dan binnen de controlegroep.
Mensen die posttraumatic stress disorder (PTSD) hebben ontwikkeld, vertonen in 't algemeen verhoogde psychofysische reactiviteit, bv. verhoogde hartslag, wanneer ze zich hun trauma in een laboratorium herinneren (voor een review, zie Orr, Metzger, & Pitman, 2002). Klinische rapporten veronderstellen dat herwonnen herinneringen aan traumatische gebeurtenissen, zoals alien abduction vergezeld gaan met hevige emotionele reacties (bv., Young, Sachs, Braun, & Watkins, 1991), wat er op duidt dat de alien abductees wel degelijk iets meemaken. Sommige therapeuten zien in deze reacties bewijs dat er iets verschrikkelijks met de persoon gebeurd moet zijn (bv. Bloom, 1994).
In deze studie werd onderzocht of de herinnering aan zeer traumatische gebeurtenissen psychofysische reacties veroorzaken, die aantonend zijn voor hevige emotie. Er werden individuen geworven, die door aliens werden ontvoerd en vroegen hen om deel te nemen in een script-gedreven beeldspraak protocol (bv. Lang, Levin, Miller, & Kozak, 1983; Pitman, Orr, Forgue, de Jong, & Claiborn, 1987). Elke abductee leverde materiaal aan voor 5 persoonlijke, autobiografische scripts (30 seconden durende audio-tapes): 2 scripts gerelateerd aan zijn of haar abduction trauma; een script gerelateerd aan een verschillende, extreme stresserende ervaring; een script gerelateerd aan een extreme positieve ervaring; en een gerelateerd aan een emotioneel neutrale ervaring. Een controlegroep bestond uit individuen die ontkenden ooit door aliens te zijn ontvoerd, maar die naar de scripts aangeleverd door de abductees luisterden en dit verbeelden. De onderzoekers voorspelden dat als herinneringen aan alien abductions zeer stresserend zijn, de psychofysische reactiviteit ten opzichte van de abduction en stresserende scripts groter zou zijn dan de reactiviteit ten opzichte van de positieve en neutrale scripts, en dit effect zou zich meer uitspreken bij abductees dan binnen de controlegroep.
Resultaten
Op het gebied van psychometrie scoorden de de abductees aanzienlijk hoger dan de controle participanten op het gebied van absorptie (opnemen), magical ideation en dissociatie.
De reactie ten opzichte van de scripts was zoals voorspeld: de psychofysische reactiviteit ten opzichte van de abduction en stresserende scripts was groter dan bij de controlegroep. De controlegroep reageerde nauwelijks op de verhalen.
De onderzoekers stellen nadrukkelijk dat men niet kan concluderen dat PTSD (posttraumatic stress disorder) patiënten valse herinneringen aan een trauma hebben.
Met dit wetenschappelijk onderzoek is weer eens aangetoond dat alien abductees wel degelijk een traumatisch ervaring meemaken.
Het hele rapport kunt u teruglezen in de juli 2004 editie van Psychological Science. Het Duitse tijdschrijft Der Spiegel besteedde in een artikel "Aliens traumatisieren wirklich" ook aandacht aan het onderzoek.
Goldsmiths College, Anomalistic Psychology Research Unit (APRU), Chris French alien abduction study, 2003-2005
Interview Nick Pope with Chris French, april 2004
Psychological Science, juli 2004, Psychophysiological Responding During Script-Driven Imagery in People Reporting Abduction by Space Aliens
Het MoD heeft sinds 1959 meer dan 15000 UFO-waarnemingen onderzocht en sluit het bestaan van aliens niet uit.
Meldingen kwamen uit heel Groot-Brittannië binnen van onder meer RAF- en burgerpiloten, luchtverkeersleiders, politieagenten en zelfs medewerkers van het ministerie. Vele UFO-dossiers uit de National Archives zijn onder de nieuwe Freedom of Information Act van 1 januari 2005 vrijgegeven. Ze werden onderzocht door de S4f Air, een speciaal luchtmachtonderdeel dat moest vaststellen of Brits luchtruim geschonden werd door ongeautoriseerd luchtverkeer.
De op te vragen dossiers - hoofdzakelijk uit 1974-1977 - onthullen interessante beleidsinformatie. Het hoofd van de S4f (later Sec AS 2 of UFO-desk o.l.v. Nick Pope) aanvaardde bijvoorbeeld dat hij geen need to know had over UFO-cases die de nationale veiligheid aangingen. Deze zouden door de DI55 (Defense Intelligence of Space Desk) onderzocht worden en niet in de S4-dossiers worden opgenomen, waardoor opvragen via de Wet Openbaarheid van Bestuur onmogelijk werd.
Naast dossiers uit de jaren zeventig heeft het MoD ook 88 UFO-meldingen van militairen en burgers uit 2004, begin 2005 vrijgegeven. In de begeleidende brief verklaart het ministerie: Het MoD heeft geen bekwaamheid of rol in UFO-zaken of in het vraagstuk van het bestaan van andere of buitenaardse levensvormen, waar het geheel 'open-minded' over blijft. Verwacht wordt dat defensie nog meer dossiers gaat openbaren. Wanneer volgt Nederland of hebben wij ook geen need to know?